Achtervolging van een snelle jongen

Bert Luichies vertelt over zijn belevenissen als politiesurveillant. Deze keer een verhaal over een achtervolging in Groningen.

Het is een druilerige woensdagavond ergens in september als Martin en ik door de bebouwde kom van Groningen achter een BMW Z4 rijden. De Z4-bestuurder waant zich redelijk onbespied, want hij schuwt zijn gaspedaal niet. Zonder aarzeling voert hij het tempo op tot ruim boven de 90 km/u. We volgen op gepaste afstand. Bij een splitsing aangekomen besluit de Z4 chauffeur zijn voertuig door middel van een halve draai én zonder enige vooraankondiging te keren. Het gas gaat er weer op en de Z4 gaat er in hoog tempo vandoor. “We zijn stuk!”, roept Martin, maar aarzelt geen seconde en keert onze wagen om de achtervolging in te kunnen zetten.

De bestuurder van de Z4 rijdt met hoge snelheid een hellend vlak van een brug op en haalt hierbij in een flauwe, onoverzichtelijke bocht een andere automobilist in. Bij deze onbezonnen actie overschrijdt hij een dubbele doorgetrokken streep. De teller van onze Passat loopt ondertussen naar 120 km/uur. “Waar is die vent mee bezig?”, roep ik verbaasd naar Martin. Om onze zichtbaarheid en andermans veiligheid te vergroten, zet ik de blauwe flitsers aan. Nadat we de brug gepasseerd hebben lopen we weer in op de vluchtende auto, want onze auto heeft – nét als de Z4 – de nodige paardenkrachten aan boord. Bovendien werpen specialistische rijopleidingen hun vruchten af bij dit soort achtervolgingen.

Na een tijdje brengt de bestuurder zijn voertuig tot stilstand. Ik besluit uit te stappen, maar wel met de gedachte in het achterhoofd dat de bestuurder elk moment weer door kan rijden. Behoedzaam en met de hand bij de pepperspray open ik het rechterportier. “Motor uit en uitstappen, nu!”, sommeer ik op niet mis te verstane wijze. De bestuurder zit alleen in de auto en geeft gehoor aan mijn commando’s. De jonge knaap is zichtbaar geschrokken en vraagt zich – de vermoorde onschuld spelend – af wat hij fout gedaan heeft. “Ik ging alleen maar even naar de benzinepomp om sigaretten te kopen”, stamelt hij. “Naast het feit dat je diverse verkeersovertredingen hebt begaan, heb je óók mensen in gevaar gebracht!”, zeg ik.

Ondertussen heeft collega Martin zich ook bij het gesprek gevoegd. Bijna in koor delen we de verdachte mede dat zijn rijbewijs wordt ingevorderd . “Maaruh… ik heb helemaal geen rijbewijs bij me”, antwoordt de knaap onzeker. “Dan nemen we jouw auto voorlopig – als dwangmiddel – in bewaring, totdat we je rijbewijs fysiek in handen hebben!”, is mijn antwoord. Na de Z4 bij het beslaghuis te hebben geparkeerd, resteert ons het opmaken van een proces verbaal, een melding doen bij het Regionale Informatie Knooppunt en een aanvraag bij het CBR. Onze dienst eindigt tenslotte een uurtje later dan gepland, maar een roekeloze chauffeur minder op straat is óók wel wat waard!