Verhalen van de politie: de aanhangwagen

Bert Luichies vertelt over zijn belevenissen als politiesurveillant. Deze keer een verhaal over een verhuizing.

Het is al donker als we over de A7 richting Drachten rijden. Voor ons rijdt een personenauto met aanhangwagen. De lading, met een paar matrassen bovenop, lijkt goed gezekerd te zijn. Ze zijn met sjorbanden vastgezet en over het geheel is een net gespannen. “Zo, die hebben goed hun best gedaan!”, merk ik terloops op. “Inderdaad”, beaamt Martin, “de lading waait er zo maar niet vanaf”. Als we de combinatie inhalen zien we dat de hulpkoppeling niet aan de trekhaak is bevestigd. Jammer, want hoe goed de lading ook gezekerd is, als de aanhanger loskomt van de trekhaak, gaat deze een eigen leven leiden. “Nou”, stel ik voor, “dan moet het spul maar even mee naar de afslag Westpoort”. Martin schakelt het bordje ‘politie volgen’ in. Zonder problemen gaat de bestuurder met ons mee de afrit op. “We zetten ze bovenaan de afrit op de vluchtstrook wel even stil, lijkt me”, oppert Martin. Nadat ik de opvallende Passat heb geparkeerd, stappen we beide uit. Ter beveiliging hebben we de gele dakflitsers aangezet.

Door het portierraam van de bestuurder zie ik drie olijke dames zitten. De stemming is opperbest, want ze lachen ons vriendelijk tegemoet. Met een, “goedenavond dames, verkeerspolitie”, open ik het gesprek met de bestuurster, “ik had graag uw rij- en kentekenbewijs ter inzage”. De dame zoekt kortstondig in haar tas en overhandigt me dan de beide documenten. De jongedame op de passagiersstoel heeft enkele kamerplanten tussen haar benen staan. Achter de bestuurster zit een dame van middelbare leeftijd. Naast haar, op de achterbank, staat een aanzienlijke hoeveelheid huisraad opgestapeld. Als ik met de zaklamp door het geblindeerde achterraam schijn, zie ik dat ook de kofferruimte met een overvloed aan huishoudelijke spullen is gevuld. “Bezig met een verhuizing?…”, vraagt Martin de bestuurster. “Ja, dat klopt!…”, antwoordt ze, terwijl ze naar de jongedame naast haar knikt, “dochterlief is geslaagd en komt weer een poosje thuis wonen!”.

“Wat zou er gebeuren als u een noodremming moet maken?”, vraag ik de bestuurster. “Geen idee”, mompelt ze, me vragend aankijkend. “Ik denk dat de hele lading naar voren komt”, ga ik verder, “en dat lijkt me niet de bedoeling”. “Nee, maar ja hoe moeten we de spulletjes dan verhuizen?”, vraagt de vrouw adrem. “Wellicht met een geschikter voertuig, zoals een bestelbus bijvoorbeeld?!”, oppert Martin. “Afijn, u mag even uitstappen, want ik wil u iets laten zien”, zeg ik. Gezamenlijk lopen we naar de achterkant van de auto. Met de zaklamp schijn ik op de trekhaak. “Oh!! nee, hè!!”, roept de vrouw geschrokken, “ik zie het al, de kabel zit er niet om!”. “Nou, ik zal u vertellen…”, zegt ze, terwijl ze de hulpkoppeling bevestigt, “we zijn een dik uur bezig geweest om de aanhanger aan te koppelen”. “Hij wilde maar niet klikken en ik zei nog, als het niet goed is dan ga ik geen meter rijden!”, gaat ze verder. De andere dames zijn inmiddels ook uit de auto gekomen. “Wat is er aan de hand?”, vraagt de dame van de achterbank. “Nou, we hebben immers een uur met die koppeling staan te hannesen en toen ben ik de hulpkoppeling vergeten vast te zetten”, legt de bestuurster haar uit, “oh wat dom!!”.

“Tja, als ik alles zo bekijk en de balans opmaak, wat moet ik dan?”, vraag ik de vrouw. “Moet ik u nu een bekeuring óf waarschuwing geven?”. De vrouw kijkt me twijfelend aan. “Ik heb geen idee”, antwoordt ze, “dat moet u bepalen, dat weet ik niet”. De vrouw zegt het te begrijpen als ik haar een bekeuring geef. “Als ik zie hoe de lading op de aanhangwagen is bevestigd, dan is dat een dik pluspunt”, merk ik op, “het feit van de hulpkoppeling is daarentegen weer een minpunt”. “Als u de lading op de achterbank wat beter verdeeld, dan wordt dat een ‘mwah’ puntje”, ga ik verder. “Dus?”, vraagt de vrouw nieuwsgierig, “bekeuring of waarschuwing?”, Ik kijk naar Martin en vervolgens weer naar de vrouw. “Weet je wat”, zeg ik, “plus en min, maakt samen gemiddeld, dus het wordt een waarschuwing!”.

Na deze meevaller en een kleine, interne verhuizing op de achterbank vertrekken de dames richting Friesland. Ze gaan ons enthousiast zwaaiend voorbij. De stemming lijkt nog steeds opperbest!