Verhalen van de politie: De taxichauffeur en de buizerd

Bert Luichies vertelt over zijn belevenissen als politiesurveillant. Deze keer een verhaal over een buizerd op de A7.

Op een vroege zondagochtend in november draaien collega Peter en ik samen een dienst bij team Verkeer. We rijden die dag in een onopvallende auto op de A7 en controleren onder andere op bumperkleven, afleiding en onnodig links rijden. Een bestuurder van een Schipholtaxi trekt onze aandacht, omdat hij opvallend lang op de linkerrijstrook blijft rijden. We zetten hem aan de kant en spreken hem aan op zijn rijgedrag. Voor het onnodig links rijden krijgt hij een boete.

Als we na het gesprek weer in de auto zitten en de bekeuring verwerken, komt er een auto achter ons staan. Ik kijk in onze rechter buitenspiegel en kan mijn ogen niet geloven! “Peter, moet je eens kijken naar die auto achter ons!!”, roep ik, terwijl ik uitstap. De bestuurder, een jonge dame, stapt zichtbaar overstuur uit haar auto. “Ik heb hem daarnet op de snelweg geraakt, ik denk dat ik ongeveer 100 km/uur reed!” De vrouw barst in tranen uit. Een volwassen buizerd hangt – bewegingsloos – met zijn linkervleugel verstrikt in de grille van de auto. Bij de aanblik van de situatie bekruipt me een gevoel van onmacht. Wat nu?

We moeten iets doen, maar wat? Een volwassen buizerd behoort niet tot de categorie vogels die je even met blote handen aanpakt, dus die optie valt af. Bovendien kan het dier in een stressvolle situatie onberekenbaar zijn, hoe oprecht onze hulp ook bedoeld moge zijn. Na wat verschillende scenario’s te hebben overwogen, krijg ik opeens een lumineus idee.

Ik pak mijn wapenstok en schuif – behoedzaam én alert – de vleugel centimeter voor centimeter uit de grille. Het beest komt, bevrijdt vanuit zijn benarde positie, op zijn poten terecht. Hij kijkt me even kortstondig aan alsof hij me wil bedanken, maar vliegt dan – met opmerkelijk rustige vleugelslagen – zijn vrijheid tegemoet. Een “knappe” prestatie! Met een snelheid van 100 km/uur door een auto worden geraakt en daarna weer ongedeerd verder kunnen vliegen. Ons mensen lukt dat niet.